Box 3 vermogensrendementsheffing 2017 - van Pretbox naar Horrorbox

De vermogensrendementsheffing in box 3 wordt naar alle waarschijnlijkheid per 1 januari 2017 gewijzigd. Wat zijn de plannen? Blijft het een horrorbox of wordt het beter?


 

Van Pretbox tot Horrorbox 

Bij de invoering van box 3 werd deze ook wel de pretbox genoemd. Bij de spaarrente van dat moment en vooral de fantastische beleggingsresultaten die toen als normaal werden beschouwd, was een heffing van 1,2% over de waarde van de bezittingen in box 3 een soort cadeautje van de overheid. 
 
Hoe het daarna gegaan is met menig beleggingsportefeuille en met de spaarrente, is bekend. De pretbox van weleer is inmiddels een horrorbox geworden. De box 3 heffing lijkt meer en meer onhoudbaar te worden. In de afgelopen jaren hebben tal van belastingplichtigen geprocedeerd met als doel de rechter te laten beslissen dat de box 3 heffing in strijd is met het (Europese) recht.
 

De rechter blijft terughoudend

De rechter weigert consequent in te grijpen. Het argument is dat het aan de wetgever is om een beslissing te nemen over de toekomst van box 3. Zo heeft de Hoge Raad onlangs wederom over een zaak in 2011 besloten dat de vermogensrendementsheffing van box 3 niet in strijd is met Europese regels. 

 

Wil je praten over optimaal vermogensbeheer?
Bel ons! Wij staan voor je klaar!

Vermogensrendementsheffing 2017 NIEUW

De politiek lijkt de noodzaak in te zien van een rechtvaardigere box 3 heffing. Volgens het belastingplan 2016 zal vanaf 1 januari 2017 de vermogensrendementsheffing beter aansluiten bij de werkelijk behaalde rendementen op het vermogen in box 3. 
 
Deze verbetering betekent overigens niet dat dan de werkelijk behaalde rendementen van de belastingplichtige worden belast. Dat is volgens de regering vooralsnog te moeilijk uitvoerbaar en te eenvoudig te ontwijken. Wel belooft de regering vanaf 2020 elke 5 jaar, te bezien of kan worden overgestapt naar het belasten van het werkelijk behaalde rendement. Tot dan blijft de box 3 heffing een forfaitaire heffing.
 
Kijk hier nog ‘even’ het belastingplan 2016 in. Zie de Memorie van toelichtingen, hoofdstuk I. Algemeen – sub 4. Herziening box 3.
 

Er komt een vermogensmix op basis van historische gegevens

Het nieuwe systeem zal aansluiten bij de in de voorafgaande jaren gemiddeld door belastingbetalers in de markt behaalde rendementen. 
Er komen drie schijven, met elk een andere vermogensmix. Naarmate vermogens hoger worden, blijkt namelijk het aandeel beleggingen toe te nemen. Deze vermogensmix wordt gebaseerd op bij de Belastingdienst van uit de belastingaangiften van voorgaande jaren bekende gegevens.
 

Vermogen box 3 berekenen in 2017

Het vermogen wordt verdeeld over drie schijven, namelijk:
  1. € 0 tot € 100.000. In deze eerste schijf wordt het vermogen verdeeld op basis van een vermogensmix van 67% spaargeld en 33% beleggingen.
  2. € 100.000 tot € 1 miljoen. In de tweede schijf is dit 21% spaargeld en 79% beleggingen.
  3. Meer dan € 1 miljoen. In de derde schijf is dit 0% spaargeld en 100% beleggingen. 
 
Het heffingsvrije vermogen. Het heffingsvrij vermogen (in 2017 € 25.000) wordt verrekend in de eerste schijf. 
Percentages fictief rendement. Het voordeel uit sparen en beleggen op spaargeld is voor 2017 vastgesteld op 1,63% en op beleggingen 5,5%. 
Belastingtarief. Het belastingtarief van 30% blijft gehandhaafd, ongeacht de het soort vermogen waarom het gaat en ongeacht de omvang van het vermogen.
 

Vermogensrendementsheffing berekenen in 2017 – een voorbeeld

Stel, het box 3-vermogen bedraagt € 120.000. In het nieuwe systeem kan de te betalen box 3 heffing dan als volgt worden berekend:
  • Eerste schijf. € 100.000 vermogen -/- € 25.000 heffingsvrij vermogen = € 75.000. Dit wordt verdeeld over sparen en beleggen.
  • Tweede schijf. € 120.000 totaal box 3 vermogen -- € 100.000 schijf 1 = € 20.000. Dit wordt verdeeld over sparen en beleggen.

Berekening van het spaardeel

  • Eerste schijf. 67% van € 75.000 = € 50.250
  • Tweede schijf. 21% van € 20.000 = € 4.200
  • Totaal spaardeel. € 54.450
  • Fictief rendement sparen. 1,63% x €54.450 = € 888

Berekening beleggingsdeel

  • Eerste schijf. 33% van € 75.000 = € 24.750
  • Tweede schijf. 79% van € 20.000 = € 15.800
  • Totaal beleggingsdeel. € 40.550
  • Fictief rendement beleggen. 5,5% x € 40.550 = € 2.230

Berekening vermogensrendementsheffing

  • Totaal rendement. € 888 + € 2.230 = € 3.118
  • Box 3 heffing. 30% x € 3118 = € 935

Vermogensrendementsheffing berekenen in 2016 – een voorbeeld

In het huidige systeem met een vast forfaitair rendement van 4% wordt de box 3 heffing als volgt berekend:
 
  • Rendementsgrondslag. € 120.000
  • Heffingsvrij vermogen. € 21.330 
  • Grondslag sparen en beleggen. € 98.670
  • Voordeel sparen en beleggen. 4% x € 98.670 = € 3.946
  • Box 3 heffing. 30% x € 4.146 = € 1.184
 
Rekening houdend met een heffingsvrij vermogen van € 25.000 zou de heffing onder het huidige systeem € 1.140 bedragen.
 

Conclusies

  • Aan de hand van het bovenstaande voorbeeld lijkt vanaf 2017 box 3 redelijker uit te pakken. 
  • Wel is het nieuwe systeem voor de belastingbetaler aanzienlijk complexer dan het huidige systeem. Het fictief rendement op sparen moet gezien de huidige lage rentestand waarschijnlijk nog benedenwaarts worden bijgesteld. 
  • Het is bovendien de vraag of mensen met spaargeld tot € 100.000 ineens massaal zouden gaan beleggen, de vermogensmix lijkt voor discussies vatbaar.
 
Het is nu nog afwachten of dit wetsvoorstel daadwerkelijk (ongewijzigd) wet wordt per 1 januari 2017.
 
 

oamkb sittard tip De kans is zeer groot dat per 1 januari 2017 de vermogensrendementsheffing box 3 gaat veranderen. Het kan echter sowieso geen kwaad om met ons samen te bekijken hoe je het beste met je vermogen om kunt gaan. Daarbij speelt ook een rol dat het boxhoppen in 2017 veel minder aantrekkelijk wordt.


Vragen? Sparren?

Plan direct een afspraak met een van onze adviseurs